Toen ik met met mijn hand naar haar graaide, werd ik iets vreemds gewaar: op de plaats waar mijn hand op haar tastbare lichaam had moeten stuiten, week haar vlees terug. Het was alsof ik mijn hand in een pot pudding had gedrenkt. Van over de heuvels zette een krachtige wind op: de ene helft van haar haren vloog weg, terwijl de andere helft tussen mijn vingers bleef kleven.
Ik keek naar de halfopen mond waarmee ze verwoed naar adem snakte en nu en dan een kreunend geluid uitstiet. Tussen haar lippen schoot iets glads weg. Als vanzelf stak ik mijn duim in haar mondholte. Mijn beweging bleek te bruusk en per ongeluk wrikte ik de bovenste helft van haar gebit los, waardoor ook de rest van haar mondgrot aan robuustheid inboette en in elkaar begon te zakken. Mijn duim raakte verwikkeld in een verwoed gevecht met een glibberige massa bloedrood tandvlees en enkele kaak- en gelaatsspieren die met veel geknap en gekraak afscheid namen van de bijbehorende pezen. Ik voelde hoe haar mondspelonk steeds kleiner werd: er trad onderdruk op en haar natte, kleverige lippen werden op elkaar gezogen. Hoe hard ik ook aan mijn duim trok, ik kreeg hem er niet uit, haar lippen bleven ongenadig op elkaar geklemd. Ik zou lijdzaam moeten toezien hoe mijn duim in luttele seconden zou worden verpletterd onder het puin van wat vermoedelijk eens een rank, mooi meisjesondergelaat was geweest.
In paniek greep ik naar haar bovenlichaam, maar op de plaats waar normaal haar borsten hadden moeten hangen, trof ik twee kuilen aan - twee uitgedroogde waterputten op een dorre vlakte.
Met de moed der wanhoop ondernam ik een laatste poging om mij uit de beklemmende worsteling te bevrijden. Met mijn vrije hand trachtte ik mij af te duwen tegen haar heupen. Tot mijn ontsteltenis merkte ik echter dat haar onderlichaam zo breed als de aarde zelf was geworden. Toen pas voelde ik hoe zwaar het meisje woog: tientallen vrachtwagens gevuld met lood zouden er niets tegen zijn. Ik kon geen lucht meer krijgen en stond op het punt te stikken.
Gelukkig was mijn vrouw er nog die me net op tijd wekte met een harde stomp in mijn maag en het bevel dat ik stil moest zijn.