- door Arne Pauwels
Er bestaat een foto van wijlen Patrick de Spiegelaere. Hij staat onder “Coverage” en dan reeks “8 – Brussels” op zijn website. Hij krijgt geen titel mee. Onder de eigenschappen van het bestand vind je dat hij domweg “foto15.jpg” heet. Ik heb hem dan maar Chez Jef sans fils gedoopt.
Jef zit er wat verweesd bij. Verweesd dan, zoals een vader verweesd kan zijn door de afwezigheid van zijn zoon. Op het kale af, Brusselse moustache. Witte lange mouwen, zwarte jas aan de kapstok achter hem. Ouderwetse stoofpot op het kookvuur naast hem. Wat hij verkoopt, is niet helemaal duidelijk, maar ook niet belangrijk. Chez Jef et fils staat er geschreven op zijn kleine trekwagentje. Maar waar is de zoon?
Jefs beeld vertelt een verhaal van vooruitgang. Door het gebouw op de achtergrond, waar de nieuwe Fortis-merknaam nog hand in hand gaat met het oude spaarpothuisje met de kroon van de Algemene Spaar- en Lijfrentekas, die in 1998 opging in Fortis. Voordien was de ASLK een openbare instelling geweest, een statuut dat het pas na meer dan honderd jaar in 1980 verloor. Dezer dagen is Fortis een van de Belgische bankgiganten. En laat ons zeggen dat er van de oorspronkelijke, sociale inspiratie ('Zelfs een arme is koning in zijn eigen huis') maar weinig meer overblijft. De wereld is niet blijven stilstaan in het bankwezen. Er zijn overnames te doen en buitenlandse markten te bestormen.
Jefs zoon is allicht meegegaan in die vooruitgang. Of da’s toch wat de foto suggereert. De vader – Jef – staat nog (karakollen? of toch al hotdogs en hamburgers?) te verkopen in hartje Brussel, maar de zoon beproeft zijn geluk al elders. Misschien bij de bank achter hem. Met een eetkarretje vallen geen overnames te doen (Hey Jos, combien veur ta voiture?), en al helemaal geen buitenlandse markten te bestormen (Pardon, Madammeke? You want des quoi?).