Leiden. Daar draait het allemaal om in dit zeer geconcentreerde, zeer knap ontvouwde stuk. We zien Johan en zijn vrouw Maria - die eindeloos zwanger en doodongelukkig is - in een kale wachtruimte. Een smalle opening laat een klavier zien, waar Maria haar zorgen wegspeelt. Johan wordt meerdere malen opgeroepen door een stem uit een speaker, die boven de deuropening hangt. "Meneer Van Dale, komt u naar Leiden? Om te werken aan het WNT?" Terwijl Maria al gepakt heeft, stort Johan zich liever op zijn lopende projecten: zijn eigen woordenboek, zijn baan als hoofdonderwijzer in zijn woonplaats Sluijs en al die andere fijne en belangrijke dingen die nodig zijn 'om het volk te verheffen.'
Dat negentiende eeuwse gedachtegoed past moeiteloos in de moderne setting waarvoor gekozen is. De verbinding tussen heden en verleden wordt zelfs een stuk concreter als ' de mysterieuze man' zijn intrede doet.
Mysterie: [misteerie] het; o -s, -riën 1. bovennatuurlijke waarheid als onderdeel van een geloof 2. onbegrijpelijk iets; raadsel
De prachtige Vlaming Jonas Leemans neemt plaats op een kleuterstoeltje. Hij is er dan weer wel, dan weer niet. Maar als hij er is, komen er bepaald keurige woordenboekwoorden uit zijn mond. Hij is de schakel tussen toen en nu, tussen Johan van Dale als mens en de naam op de ruggen van boeken. Daarbij is hij een bron van informatie die ervoor zorgt dat de toeschouwer na afloop denkt dat hij een biografie van de beste man tot zich heeft genomen, zonder dat er ook maar een bladzijde taai en onverteerbaar in de keel blijft hangen.
We naderen de ontknoping (door Van Dale sec ‘afloop’ genoemd) als Maria steeds vaker spreekt van een warboel, en zij de namen van haar zeven kinderen, waarvan er slechts twee in leven blijven, niet meer weet.
Dan wordt het theater, dat in wezen vooral geestelijk en taalkundig is, opeens heel fysiek en schaam je je bijna dat je hier naar mag kijken. Naar zoveel zenuwpijn en vrouwenleed, zoveel onkunde en onrecht.
Johan kan van de pokken niet meer praten, de mysterieuze man vraagt nog een stroopwafel (één van de vele lachmomenten in het stuk) en voorspelt Maria na de dood van haar man een gelukkige toekomst. Want hij weet hoe het werkelijk zal gaan.
Maar zij zegt enkel: Nee, zo ben ik niet. Zo ben ik niet.
Voor meer informatie en reserveringen, zie: www.lux-nijmegen.nl of http://www.theaterzeelandia.nl