- Door Nikki Dekker
Het noodweer rekt de straten
op tot meer; water dat als kat
en hond over daken rent;
hemel stort op aarde neer.
Tonnen nattigheid die ons al die tijd
boven het hoofd hingen. Wie het wist
mag z’n hand opsteken.
Het is nu aan ons om te vergeven:
God (als altijd), de weerman, de duwende
vrouw in de tram – de hele mensheid
die onze lucht in-
ademt, op onze stoelen zit.
Wordt dit de grootste schoonmaak?
Ach, kón de wereld maar vergaan
in een nacht vol onweer.
Wij slapen druppelend in.