SECTIES > |
ARCHIEF >Monday, November 9. 2009Literaire thrillers
De literaire thriller is vaak een lastig genre voor de literatuurkritiek, want is het literatuur of gewoon een spannend verhaal? In De Groene Amsterdammer schreef schrijfster Doeschka Meijsing, die de AKO Literatuurprijs won in 2008, een opiniestuk over dit genre. Haar openingszin maakt meteen duidelijk hoe zij tegenover literaire thrillers staat: “[h]et is een mysterie, die belangstelling voor misdaad- en thrillerboeken. Het is rotzooi, maar voor de helft van de mensen de enige lectuur” (28). Meijsing laat er geen misverstand over bestaan, zij maakt een scherp onderscheid tussen literatuur en thrillers: uit de auteurs die zij bespreekt – John Grisham, Nicci French, Karen Slaughter, maar ook Nederlandse auteurs als Simone van der Vlugt, Saskia Noort, Esther Verhoef – valt op te maken dat zij het heeft over literaire thrillers die zij echter weigert met ‘literair’ aan te merken. Daarnaast maakt ze een scherp onderscheid tussen literatuur en lectuur: thrillers behoren volgens Meijsing tot lectuur en niet tot literatuur.
Waarom het genre gelezen wordt is haar een mysterie, maar waarom leest Meijsing zelf de literaire thrillers die zij zojuist als rotzooi getypeerd heeft? Meijsing begint haar betoog door te stellen dat zij de literaire thrillers niet uit eigen beweging heeft aangeschaft, maar dat zij de boeken door een vriendin in de maag gesplitst gekregen heeft: in twee vuilniszakken (deze vermelding is voor de strekking van het stuk veelzeggend: de literaire thriller wordt op deze manier op één lijn geplaatst met afval – of ‘rotzooi’ om in Meijsings termen te blijven). Zij probeert tevergeefs van de boeken af te komen alvorens ze ten einde raad besluit er toch één te proberen (hoe en waarom wordt de lezer niet duidelijk gemaakt). Daarbij wordt Meijsing in haar mening over literaire thrillers volledig bevestigd: “[d]e stijl is abominabel, clichématig, vlak” (29) en met de intrige is het niet beter gesteld.
Waarom leest Meijsing dan toch de twee vuilniszakken met abominabel geschreven boeken leeg? Meijsing leest naar eigen zeggen de literaire thrillers niet uit vrije wil, maar omdat zij eraan verslaafd geraakt is: “[j]e kunt verslaafd zijn aan hardlopen of aan ‘shoppen’, aan rauwe wortelen eten of aan hoeden dragen, allemaal dingen die niemand kwaad doen. Echte verslavingen treden pas op als de dingen slécht voor je zijn, zoals drinken, roken en drugsgebruik – én het lezen van thrillers” (29). Het lezen van literaire thrillers wordt met het gebruik van verdovende middelen vergeleken en is volgens Meijsing dus geen onschuldige verslaving – zoals hardlopen of hoeden dragen – maar een regelrechte bedreiging voor de volksgezondheid omdat de helft van de Nederlanders (zoals uit haar openingszin valt op te maken) kennelijk literaire thrillers leest! Waarom deze afkeer van literaire thrillers in de literatuurkritiek? Meijsing staat namelijk in haar opinie over dit genre niet alleen. Literaire thrillers worden in de literatuurkritiek stelselmatig als minderwaardig voorgesteld, terwijl er strikt genomen sprake is van twee verschillende genres die in het literaire veld niet of nauwelijks met elkaar in concurrentie zijn en ieder hun eigen instituties en een verschillend lezerspubliek hebben. Literaire thrillers zijn ongekend populair en er gaat enorm veel geld in om, veel meer dan in literatuur. (Ter illustratie: een willekeurige literaire thriller heeft een oplage van ten minste 200.000 exemplaren, literaire romans halen een dergelijke oplage slechts in een uitzonderlijk geval.) Misschien is het de toevoeging ‘literair’ waarom de literatuurkritiek zich zo heftig afzet tegen literaire thrillers of misschien zijn het de hoge oplages (iets wat in groten getale verkoopt – en dus geliefd is bij een groot publiek – kan kennelijk in literair opzicht niet veel zijn). In het literaire veld spelen in elk geval niet alleen stijl en intrige, maar ook institutionele factoren een rol in de beoordeling van boeken. Meijsings opiniestuk is hier een illustratie van. Was er dan niet één boek uit de twee vuilniszakken dat Meijsings goedkeuring kon wegdragen? Jawel, Misdaad op Sardinië van Marcello Fois, maar het betreft dan ook een misverstand. Fois wordt ten onrechte aangemerkt als misdaadauteur volgens Meijsing, we hebben hier namelijk te maken met een onvervalste schrijver van literatuur: “Misdaad op Sardinië is een parel van een boek. [...] Fois is een feniks die uit de vuilnisbelt opvliegt. Laat uitgeverij De Geus hem gauw uit de misdaadserie halen, laat de boekhandelaren hem gauw een plaats geven tussen de planken van de echte literatuur, van boeken die je iets leren, die je bijblijven, die je nog eens opslaat” (31). Het moge duidelijk zijn: thrillers en literatuur gaan niet samen volgens Meijsing en wanneer dit ogenschijnlijk toch het geval is, hebben we niet te maken met een literaire thriller maar met een literair misverstand. Het is wachten tot de eerste ‘misdaadauteur’ – Simone van der Vlugt of Tomas Ross bijvoorbeeld – de AKO Literatuurprijs wint. Ik ben benieuwd of Meijsing dan verontwaardigd haar prijs teruggeeft of dat zij dan opnieuw een opiniestuk in De Groene Amsterdammer schrijft, waarin zij aan de orde stelt waarom deze auteur – zoals Marcello Fois – altijd ten onrechte tot de misdaadliteratuur gerekend is. Petra Boudewijn Verder lezen? Doeschka Meijsing, “Vuilniszakken vol thrillers” in De Groene Amsterdammer 132: 33 (2008), 28-31; Gillis Dorleijn en Kees van Rees, De productie van literatuur. Het Nederlandse literaire veld 1800-2000. Nijmegen: Vantilt, 2006. Trackbacks
Trackback-URI voor dit artikel
Geen Trackbacks
|